Een tunnelboormachine, vaak TBM genoemd, is een groot cilindervormig bouwsysteem. Je gebruikt deze machine om diep onder de grond een tunnel aan te leggen, zonder het maaiveld over de hele lengte open te breken.
De TBM voert meerdere taken tegelijk uit. De snijkop maakt de grond los, terwijl het materiaal wordt afgevoerd. De machine houdt de gronddruk in balans, schuift vooruit en bouwt direct achter de snijkop een stevige tunnelwand op.
Die werkwijze is vooral handig in drukke steden. Wegen, gebouwen, spoorlijnen, grachten en kabels kunnen meestal gewoon in gebruik blijven. De tunnel ontstaat namelijk onder de bestaande omgeving.
De aanpak hangt sterk af van de bodem. In Nederland krijgt de machine vaak te maken met klei, veen, zand en grondwater. Daarom begint elk project met uitgebreid bodemonderzoek. Zo kunnen de juiste instellingen en technieken worden gekozen.
Het eindresultaat bestaat uit opeenvolgende betonnen segmentringen. Samen vormen zij een dragende en waterdichte tunnelbuis. In dit artikel ontdek je hoe de machine is opgebouwd, hoe zij navigeert, hoe betonringen worden geplaatst en waarvoor tunnelboormachines in Nederland worden ingezet.
Hoe werkt een tunnelboormachine diep onder de grond?
Een tunnelboormachine graaft, voert grond af en bouwt de tunnelwand op terwijl je onder de grond werkt. Het proces verloopt stap voor stap. De machine blijft tijdens het graven onder controle van een team in de bedieningsruimte.
De opbouw van een tunnelboormachine
Vooraan zit het snijrad. Dit grote draaiende rad breekt klei, zand of gesteente los. Achter het snijrad vind je de drukkamer, aandrijfmotoren en transportbanden.
De machine bevat meetapparatuur, hydraulische cilinders en een cabine voor de bediening. Elk onderdeel heeft een vaste taak. Samen zorgen ze voor een stabiele voortgang in de bodem.
De grond losmaken en afvoeren
Het snijrad draait met een instelbare snelheid. De beitels maken de bodem los, waarna het materiaal in de drukkamer terechtkomt. De druk in deze ruimte helpt om de grond en het grondwater tegen te houden.
Schroeven, pompen of transportbanden voeren het materiaal naar achteren af. De gekozen methode hangt af van de grondsoort en de hoeveelheid water. Zo blijft het graafproces gelijkmatig verlopen.
Sturen en navigeren onder de grond
Je stuurt de machine met hydraulische cilinders die op de buitenwand drukken. Laserapparatuur en gyroscopen meten de positie, richting en helling. De machinist vergelijkt die gegevens met het geplande tunneltracé.
Kleine koerscorrecties houden de boorkop op lijn. Dit voorkomt schade aan kabels, leidingen en funderingen. Het team volgt de metingen voortdurend tijdens het graven.
Betonringen plaatsen tijdens het tunnelen
Direct achter het graaf- en schildgedeelte bouwt de tunnelboormachine een permanente tunnelbekleding op. Zo blijft de nieuwe tunnelruimte stabiel terwijl de machine verder graaft.
Een betonring bestaat uit meerdere prefab betonnen segmenten. Deze delen worden vooraf gemaakt en gecontroleerd op maat, sterkte, wapening en kwaliteit. Een ring bevat meestal meerdere segmenten en een sluitsteen. Het aantal en de afmetingen hangen af van het tunnelontwerp en de diameter.
Een speciale grijparm, de segmentenopzetter of erector, pakt elk segment uit de aanvoer. De arm plaatst het deel precies tegen de vorige ring. Hydraulische vijzels duwen de tunnelboormachine vooruit tegen de gemonteerde ring. Zodra er ruimte ontstaat, bouwt de erector de volgende ring in het schild op.
De voegen tussen de segmenten krijgen rubberen afdichtingen. Deze profielen helpen voorkomen dat grondwater de tunnel binnendringt. De ruimte tussen de buitenzijde van de ringen en de grond wordt vaak gevuld met grout, zoals cementgebonden injectiemortel. Deze vulling ondersteunt de ring, beperkt beweging en helpt verzakkingen aan het maaiveld te voorkomen.
De betonringen vormen meer dan een nette binnenwand. Zij zijn een belangrijk constructief deel van de tunnelbuis. De ringen nemen gronddruk en waterdruk op en zorgen voor een gladde, stabiele binnenzijde.
De montage vraagt veel nauwkeurigheid. Een verkeerd geplaatst segment kan de afdichting, maatvoering en krachtsverdeling van meerdere ringen beïnvloeden. Meetapparatuur controleert daarom de positie, hoek en aansluiting van elke ring.
Na het boren is de tunnel nog niet gebruiksklaar. Je laat onder meer een vloer, technische installaties, verlichting, ventilatie, spoorconstructies of rijbanen aanbrengen. Brandveiligheidsvoorzieningen maken het geheel geschikt voor veilig gebruik.
Veiligheid en techniek bij diep ondergronds graven
Bij diep ondergronds graven werk je met hoge druk, wisselende grondlagen en weinig ruimte. Een tunnelboormachine gebruikt daarom vaste meetpunten en automatische controles. Zo blijft het graafproces beheersbaar en kunnen risico’s snel worden aangepakt.
Omgaan met grondwater en hoge druk
Grondwater kan via kleine scheuren de tunnel binnendringen. De boorkop houdt de druk aan de voorkant nauwkeurig in balans. Een te lage druk kan verzakking veroorzaken. Bij een te hoge druk kan water naar de omgeving worden geduwd.
Sensoren meten de druk, de grondsterkte en de hoeveelheid water. Pompen voeren lekkend water af. Bij een storing kan de machine stoppen en wordt het boorfront eerst veilig afgesloten.
Monitoring van de omgeving
Tijdens het werk worden gebouwen, wegen en kabels boven de tunnel gevolgd. Meetpunten registreren kleine bewegingen in de bodem. Een afwijking kan wijzen op een verandering in de grond.
Je ziet de meetgegevens in een controlekamer. Bij een onverwachte daling wordt het werk aangepast. De boorsnelheid en de druk in de graafkamer kunnen per grondlaag worden ingesteld.
Ventilatie en veiligheid voor medewerkers
In een diepe tunnel moet verse lucht voortdurend worden aangevoerd. Ventilatoren voeren warmte, stof en uitlaatgassen af. Sensoren bewaken het zuurstofgehalte en meten gevaarlijke stoffen.
Medewerkers dragen een helm, veiligheidsschoenen en beschermende kleding. Zij volgen vaste looproutes en houden contact via een communicatiesysteem. Vluchtwegen, verlichting en noodprocedures worden regelmatig gecontroleerd.
Waarvoor worden tunnelboormachines in Nederland gebruikt?
In Nederland gebruik je een tunnelboormachine vooral wanneer een tunnel diep onder bestaande infrastructuur moet komen. Een open bouwkuip is dan vaak te hinderlijk of technisch niet haalbaar. De machine boort onder wegen, gebouwen en waterlopen door, terwijl het maaiveld grotendeels in gebruik blijft.
Een belangrijk toepassingsgebied is de aanleg van metrolijnen. Bij de Noord/Zuidlijn in Amsterdam speelden geboorde tunnels een grote rol. Ook verkeerstunnels worden op deze manier aangelegd. De Victory Boogie Woogietunnel van de Rotterdamsebaan in Den Haag leidt verkeer onder bebouwd gebied door.
De techniek past ook bij spoorverbindingen, stedelijke railinfrastructuur en andere ondergrondse routes. In steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag helpt boren om hinder voor bewoners, bedrijven, verkeer en de openbare ruimte te beperken. Toch wordt niet elke Nederlandse tunnel geboord. Soms past een open bouwkuip, afzinken of de cut-and-covermethode beter.
Je keuze hangt af van de diepte, bodem, grondwaterstand, lengte en diameter van de tunnel. Ook gebouwen, kabels en leidingen, ruimte en bouwtijd spelen mee. Na het boren wordt de machine meestal via een ontvangstschacht verwijderd. Soms wordt zij eerst deels uit elkaar gehaald. Zo maakt de techniek uitbreiding van wegen, spoorlijnen en metronetten mogelijk zonder de stad volledig open te leggen.







